ECLI:NL:RVS:2014:623
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- A. Hammerstein
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Belastingdienst over huurtoeslag en kindgebonden budget wegens schending hoorplicht
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 21 februari 2012 het voorschot huurtoeslag en het kindgebonden budget van appellant voor 2012 op nihil vanwege het niet rechtmatig verblijf van zijn partner. Het bezwaar tegen dit besluit werd bij besluit van 6 juni 2012 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het bezwaar deels gegrond en vernietigde het besluit gedeeltelijk. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelt het hoger beroep.
De kern van het geschil betreft de vraag of appellant terecht niet in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord over het bezwaar, zoals vereist op grond van artikel 7:2 en Pro 7:3 Awb. De Afdeling oordeelt dat de Belastingdienst ten onrechte heeft aangenomen dat appellant afzag van het recht op een hoorzitting, terwijl uit de correspondentie blijkt dat appellant en zijn gemachtigde wel degelijk een hoorzitting wensten.
Verder is onbetwist dat de partner van appellant niet rechtmatig in Nederland verbleef, waardoor op grond van artikel 9, tweede lid, Awir geen aanspraak op toeslagen bestaat. Appellant voerde aan dat dit in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, omdat de nihilstelling van toeslagen zijn gezinsleven ernstig schaadt. De Afdeling volgt dit niet en stelt dat uit artikel 8 EVRM Pro geen positieve verplichting voortvloeit tot verstrekking van huurtoeslag en kindgebonden budget.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het besluit van 6 juni 2012 voor zover het bezwaar ongegrond is verklaard, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de Belastingdienst wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.