ECLI:NL:RVS:2014:2437
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verlenging verblijfsvergunning vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 11 september 2008 de aanvraag van een vreemdeling om verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na een bezwaarprocedure verklaarde de voorzieningenrechter het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) zorgvuldig en inzichtelijk was en dat de staatssecretaris dit advies terecht aan zijn besluit ten grondslag had gelegd. Het BMA had geconcludeerd dat het achterwege blijven van medische behandeling van de pijnklachten van de vreemdeling naar alle waarschijnlijkheid niet zou leiden tot een medische noodsituatie op korte termijn.
De vreemdeling voerde tevens aan dat uitzetting in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro vanwege zijn medische situatie, maar de Afdeling volgde dit niet omdat de medische toestand geen uitzonderlijke omstandigheden opleverde die uitzetting zouden verhinderen. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.