ECLI:NL:RVS:2017:2491
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verzoek uitstel uitzetting wegens gezondheid
De vreemdeling met de Marokkaanse nationaliteit heeft een aanvraag ingediend om te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft vanwege zijn gezondheidstoestand. De staatssecretaris wees dit verzoek af op basis van een medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) waarin werd geconcludeerd dat geen medische noodsituatie op korte termijn zal ontstaan bij uitzetting.
De rechtbank stelde echter dat er voldoende aanleiding was om te twijfelen aan de juistheid en volledigheid van het BMA-advies, mede op basis van een verklaring van een maatschappelijk medewerker die stelde dat het ontbreken van zorg ernstige geestelijke schade zou veroorzaken. De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat deze verklaring niet als contra-expertise kan gelden en dat het BMA-advies zorgvuldig en inzichtelijk is.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderkend dat het BMA-advies voldoet aan de vereisten van zorgvuldigheid en inzichtelijkheid en dat de verklaring van de maatschappelijk medewerker niet als medisch deskundige kan worden aangemerkt. Daarom vernietigt de Afdeling het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Er is geen sprake van een motiveringsgebrek in het besluit van de staatssecretaris, aangezien het BMA-advies geen aanleiding gaf om te onderzoeken of er in Marokko passende zorg aanwezig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot uitzetting blijft in stand.