ECLI:NL:RVS:2014:2579
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verzoek uitzetting achterwege te laten
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel wees op 7 maart 2012 het verzoek van de vreemdeling af om uitzetting achterwege te laten op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000. De vreemdeling maakte bezwaar, dat eveneens ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het besluit ondeugdelijk gemotiveerd achtte met betrekking tot de medische behandeling in Armenië. Het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) was voldoende betrokken en inzichtelijk, en de brieven van behandelaars boden geen concrete onderbouwing waarom behandeling in heel Armenië onmogelijk zou zijn.
De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris niet verplicht was het BMA nader te laten adviseren over de brieven van de behandelaars. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. De Afdeling wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.