ECLI:NL:RVS:2014:2671
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving last onder dwangsom tegen kamerverhuur dienstwoning in Apeldoorn
Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn legde bij besluit van 11 oktober 2012 een last onder dwangsom op aan de wederpartij om het gebruik van een dienstwoning als kamerverhuurbedrijf te beëindigen. De rechtbank Gelderland verklaarde het bezwaar van de wederpartij gegrond en vernietigde het besluit, omdat de last onduidelijk was geformuleerd en in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Het college ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de term 'kamerverhuurbedrijf' in de last onvoldoende was toegelicht en verwarring kon veroorzaken over de omvang van de te beëindigen verhuur. De rechtbank had daarom terecht het besluit vernietigd. Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Daarnaast werden diverse beroepsgronden van de wederpartij, zoals het beroep op gebruiksovergangsrecht en het gelijkheidsbeginsel, verworpen. Het college had de last op correcte wijze aangepast en toegelicht, en er was geen sprake van vergelijkbare gevallen die tot ongelijke behandeling zouden leiden. De beroepen tegen latere besluiten van het college tot verlenging van de begunstigingstermijn en aanpassing van de last werden eveneens ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.