ECLI:NL:RVS:2014:2698
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling aan Italië wegens risico schending mensenrechten
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 4 februari 2014 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling ging hiertegen in beroep bij de rechtbank Den Haag, die op 15 april 2014 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De vreemdeling betoogde dat zij met haar twee jonge kinderen, beiden jonger dan vijf jaar, na overdracht aan Italië in een situatie zou komen die strijdig is met artikel 3 van Pro het EVRM, dat verbiedt dat iemand wordt blootgesteld aan onmenselijke of vernederende behandeling. De staatssecretaris gaf aan zich niet te verzetten tegen een voorlopige voorziening in gevallen van gezinnen met jonge kinderen, in afwachting van een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State besloot daarom de overdracht aan Italië te schorsen totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten van rechtsbijstand door een derde.
Uitkomst: De overdracht van de vreemdeling aan Italië wordt geschorst totdat op het hoger beroep is beslist.