ECLI:NL:RVS:2014:2757
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- B.P. Vermeulen
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stellen verzoek tot handhavend optreden tegen luchtvaartmaatschappij
De appellant verzocht de staatssecretaris om handhavend op te treden tegen ArkeFly wegens vermeende overtreding van Verordening (EG) nr. 261/2004. De staatssecretaris stelde het verzoek buiten behandeling omdat de appellant niet voldeed aan het verzoek om essentiële bewijsstukken, zoals tickets of boardingpasses, te overleggen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat voor de toepassing van de Verordening het essentieel is dat de passagier een bevestigde boeking kan aantonen. De staatssecretaris mocht van appellant verlangen dat hij deze bewijsstukken overlegt om te kunnen beoordelen of handhavend optreden gerechtvaardigd is. Het feit dat appellant niet aan dit verzoek voldeed, rechtvaardigt het buiten behandeling stellen van het verzoek.
Het gelijkheidsbeginsel werd niet geschonden omdat geen sprake was van een vergelijkbare situatie waarin de staatssecretaris geen bewijsstukken had gevraagd. Ook het betoog dat de staatssecretaris uit wantrouwen handelde werd verworpen wegens gebrek aan nadere motivering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot handhavend optreden tegen ArkeFly werd terecht buiten behandeling gesteld wegens het ontbreken van essentiële bewijsstukken.