ECLI:NL:RBDHA:2021:6205
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vergunningparkeren wegens onvoldoende actuele parkeertellingen
Eisers wonen aan de evenzijde van een straat waar zij overlast ervaren door personeel en bezoekers van een nabijgelegen zorghuis, die parkeerplekken bezetten en geluidsoverlast veroorzaken. Zij verzochten het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn om vergunningparkeren in te voeren aan hun zijde van de straat. Het college wees dit verzoek in 2019 en opnieuw in 2020 af, stellende dat er geen sprake was van hoge parkeerdruk, gebaseerd op parkeertellingen uit 2017.
De rechtbank oordeelt dat deze parkeertellingen niet actueel zijn en dat eiseres stelling dat de parkeerplekken vrijwel de hele dag bezet zijn, niet is betwist. Het college heeft bovendien aangegeven nieuwe tellingen te zullen doen, maar weigert vergunningparkeren in te voeren, ook als uit nieuwe tellingen hoge parkeerdruk blijkt. De rechtbank wijst erop dat het college bevoegd is vergunningparkeren in te voeren op weggedeelten, waaronder de evenzijde van de straat.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 3:2 Awb Pro) en draagt het college op binnen tien weken een nieuw besluit te nemen, waarbij nieuwe parkeertellingen in overleg met eisers moeten worden uitgevoerd. Indien uit de tellingen blijkt dat de parkeerdruk 85% of meer bedraagt, moet het college vergunningparkeren invoeren. Daarnaast moet het college het griffierecht en proceskosten van eisers vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van vergunningparkeren wordt vernietigd en het college moet nieuwe parkeertellingen doen en het besluit heroverwegen.