ECLI:NL:RVS:2014:3010
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bouwvergunningen wegens niet-gebruik binnen twee jaar
Het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe heeft bij besluiten van juni en juli 2012 bouwvergunningen aan RIHO B.V. en appellante A ingetrokken omdat gedurende 26 weken geen gebruik was gemaakt van deze vergunningen. Appellanten maakten bezwaar tegen deze besluiten, dat door het college en vervolgens door de rechtbank Gelderland werd afgewezen.
Appellanten voerden aan dat het college onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd had gehandeld, dat het college onterecht was afgeweken van het advies van de Commissie Bezwaarschriften, en dat er afspraken waren gemaakt over toekomstig gebruik van de vergunningen. De rechtbank oordeelde echter dat het college wel een belangenafweging had gemaakt en dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij binnen korte termijn gebruik zouden maken van de vergunningen.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. Het beroep faalt omdat appellanten niet hebben aangetoond dat het college onredelijk heeft gehandeld of onzorgvuldig heeft gemotiveerd. Ook is het niet aannemelijk dat de bouwvergunningen binnen korte termijn benut zullen worden. Het college heeft bovendien duidelijk gemaakt dat reeds gerealiseerde bouwwerken niet getroffen worden door de intrekking.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeert dat het college niet in strijd heeft gehandeld met het motiverings-, zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bouwvergunningen wordt bevestigd omdat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij binnen korte termijn gebruik zullen maken van de vergunningen.