ECLI:NL:RVS:2014:64
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bouwvergunning veestal wegens niet-gebruik binnen 26 weken
Het college van burgemeester en wethouders van Gouda heeft bij besluit van 6 juni 2012 de bouwvergunning voor het herbouwen van een veestal/schuur, verleend in 1977, ingetrokken wegens het niet gebruiken van de vergunning binnen 26 weken. De vergunninghouder, appellant, maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze intrekking. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad overweegt dat de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) het college bevoegd maakt een vergunning in te trekken indien gedurende 26 weken geen gebruik is gemaakt van de vergunning. Appellant voerde aan dat het college hem een concrete termijn had moeten geven om alsnog gebruik te maken van de vergunning en dat er een toezegging was gedaan tijdens een zienswijzegesprek. De Raad oordeelt dat het college niet verplicht was een termijn te stellen en dat er geen ondubbelzinnige toezegging is gedaan waarop appellant gerechtvaardigd vertrouwen kon baseren.
Voorts acht de Raad het college gerechtigd om de intrekking mede te baseren op het feit dat het bouwplan niet meer voldoet aan het Bouwbesluit en dat er een nieuw bestemmingsplan in voorbereiding is waarin de veestal niet is opgenomen. Het risico van wijzigende voorschriften ligt bij de vergunninghouder die de vergunning niet tijdig benut.
Ten slotte wijst de Raad het beroep af dat het college zonder financiële compensatie niet tot intrekking mocht overgaan, aangezien de kosten voor heipalen aan appellant zijn toe te rekenen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de bouwvergunning wegens niet-gebruik binnen 26 weken en wijst het hoger beroep af.