ECLI:NL:RVS:2014:3048
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onbevoegdheid rechtbank en gegrondverklaring beroep vreemdeling
De vreemdeling was bij besluit van 2 oktober 2008 ongewenst verklaard en deze ongewenstverklaring was nog steeds van kracht na beëindiging van een tijdelijke opheffing in 2011. Op 15 januari 2014 vaardigde de staatssecretaris een inreisverbod uit tegen de vreemdeling. De rechtbank verklaarde zich op 22 april 2014 onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen het inreisverbod, omdat het inreisverbod volgens haar geen zelfstandig rechtsgevolg had zolang de ongewenstverklaring voortduurde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze onbevoegdverklaring. De Afdeling bestuursrechtspraak verwees naar een eerdere uitspraak van 17 mei 2013, waarin werd geoordeeld dat het uitvaardigen van een inreisverbod tegen een ongewenstverklaarde vreemdeling niet is toegestaan zolang de ongewenstverklaring voortduurt. De Afdeling stelde echter vast dat het inreisverbod wel degelijk op zelfstandig rechtsgevolg is gericht en dat de rechtbank ten onrechte zich onbevoegd had verklaard.
Daarom vernietigde de Afdeling het vonnis van de rechtbank voor zover het zich onbevoegd verklaarde en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. Het inreisverbod van 15 januari 2014 werd vernietigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, zijnde €487,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het inreisverbod van 15 januari 2014 wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.