ECLI:NL:RVS:2013:CA0624
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens samenloop met ongewenstverklaring vreemdeling
De minister vaardigde op 21 januari 2012 een terugkeerbesluit en een inreisverbod uit tegen de vreemdeling. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het inreisverbod ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het hogerberoepschrift geen geldige grief bevat tegen het terugkeerbesluit, maar wel tegen het inreisverbod. De Afdeling stelt vast dat volgens artikel 67, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 een samenloop tussen een inreisverbod en een ongewenstverklaring moet worden uitgesloten. Dit betekent dat zolang de ongewenstverklaring voortduurt, geen inreisverbod kan worden uitgevaardigd.
De rechtbank heeft dit niet onderkend, waardoor het beroep tegen het inreisverbod gegrond is. De Afdeling vernietigt daarom het inreisverbod van 21 januari 2012, bevestigt de rest van de uitspraak en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het inreisverbod van 21 januari 2012 wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.