ECLI:NL:RVS:2014:3091
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens gebrek aan belang bij aanvraag vreemdelingendocument
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor afgifte van een document op grond van artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, welke door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel op 1 oktober 2012 werd afgewezen. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar hiertegen op 13 juni 2013 opnieuw ongegrond. De rechtbank bevestigde deze beslissing bij uitspraak van 9 december 2013.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog ambtshalve dat de vreemdeling sinds 27 november 2009 ongewenst was verklaard krachtens artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000, en dat deze ongewenstverklaring voortduurde. Hierdoor kon de vreemdeling geen rechtmatig verblijf hebben en had hij geen belang bij de aanvraag van het document.
Omdat het hoger beroep gericht was tegen een besluit over een aanvraag waarvoor de vreemdeling geen belang had, verklaarde de Afdeling het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang door voortdurende ongewenstverklaring.