ECLI:NL:RVS:2014:3106
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak over dwangsom en openbaarmaking op grond van de Wob
Wederpartij stelde dat het college een dwangsom verschuldigd was wegens het niet tijdig beslissen op een bezwaarprocedure onder de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Tevens verzocht hij om openbaarmaking van verzendadministratie en geluidsopname van de hoorzitting. Het college weigerde dit en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Gelderland oordeelde dat het college onrechtmatig handelde en kende de dwangsom toe.
Het college ging in hoger beroep en voerde aan dat het verzoek van wederpartij geen Wob-verzoek was en dat het de ingebrekestelling ontkende. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het verzoek van 2 april 2012 geen Wob-verzoek bevatte, maar een vordering tot dwangsom op grond van artikel 4:17 Awb Pro, die niet van toepassing is op het gevraagde. Ook was het verzoek om openbaarmaking van de geluidsopname en verzendadministratie gedaan terwijl de procedure nog liep.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling deed uitspraak zonder zitting op basis van de schriftelijke stukken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.