ECLI:NL:RVS:2014:3197
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging projectbesluit jaarrond exploitatie strandpaviljoens Castricum wegens onjuiste wettelijke grondslag
Het college van burgemeester en wethouders van Castricum nam op 6 september 2011 een projectbesluit voor de jaarrond exploitatie van vier strandpaviljoens op het strand van Castricum. De appellant stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk voor het paviljoen Zoomers en ongegrond voor de paviljoens Zeezicht, Deining en Jaffa.
In hoger beroep betoogde appellant dat het projectbesluit voor de drie laatstgenoemde paviljoens onrechtmatig was omdat het college het besluit ten onrechte baseerde op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in plaats van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), die sinds 1 oktober 2010 van kracht is. De Raad van State oordeelde dat het overgangsrecht niet van toepassing is en dat het college niet bevoegd was om ambtshalve een projectbesluit te nemen voor deze paviljoens.
Voor het paviljoen Zoomers was het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat er een aanvraag om bouwvergunning bestond die tevens een aanvraag om projectbesluit inhield. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Het incidentele hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het projectbesluit voor jaarrond exploitatie van de strandpaviljoens Zeezicht, Deining en Jaffa wordt vernietigd wegens onjuiste wettelijke grondslag.