De curator van Blinckers B.V., failliet verklaarde exploitant van een restaurant, vorderde schadevergoeding van de Gemeente Castricum wegens onrechtmatige gedoogbesluiten die jaarrondexploitatie van nabijgelegen strandpaviljoens toestonden. De rechtbank had een schadevergoeding toegekend voor de inkomstenderving in de winters 2010/2011 en 2011/2012, maar afgewezen voor latere perioden wegens ontbreken van causaal verband.
In hoger beroep betoogde de curator dat zonder de onrechtmatige besluiten Blinckers haar restaurant had kunnen omvormen tot een hotel en dat de schade veel hoger was. De Gemeente stelde dat zij in een hypothetische rechtmatige situatie vergunningen had verleend en dat vanaf het winterseizoen 2011/2012 sowieso één strandpaviljoen rechtmatig aanwezig was, waardoor concurrentie onvermijdelijk was.
Het hof oordeelde dat het causaal verband tussen de onrechtmatige besluiten en de gestelde schade ontbrak voor de periode na het winterseizoen 2010/2011. De curator had onvoldoende concreet gesteld dat de Gemeente geen rechtmatige besluiten had genomen die openstelling van de strandpaviljoens mogelijk maakten. Uit rapporten bleek dat Blinckers al voor de onrechtmatige besluiten financieel zwak was en dat de omzetdaling niet volledig aan de gedoogbesluiten kon worden toegeschreven.
Voor het winterseizoen 2010/2011 stelde het hof vast dat de schade beperkt was en schatte deze op maximaal €10.000. De overige vorderingen werden afgewezen. De Gemeente werd veroordeeld tot betaling van deze beperkte schadevergoeding en een deel van de buitengerechtelijke kosten. De curator werd veroordeeld in de kosten van hoger beroep.