ECLI:NL:RVS:2014:3230
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over terugkeer en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris heeft op 8 december 2013 aan de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de mededeling tot onmiddellijke vertrek ongegrond en vernietigde het beroep tegen het inreisverbod, waarbij de rechtsgevolgen van het inreisverbod in stand bleven.
De vreemdeling stelde de Libanese nationaliteit te bezitten en had eerder een terugkeerbesluit van 8 maart 2013 ontvangen, dat in rechte was komen vast te staan. De Afdeling overweegt dat de vreemdeling pas aan zijn terugkeerverplichting heeft voldaan indien hij is teruggekeerd naar een land als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Terugkeerrichtlijn. Vertrek naar België geldt niet als terugkeer. Daarom blijft het terugkeerbesluit van kracht.
De mededeling dat de vreemdeling de EU onmiddellijk moet verlaten is geen zelfstandig besluit waartegen beroep openstaat. De rechtbank had zich daarom onbevoegd moeten verklaren om van dat beroep kennis te nemen. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het deel van de uitspraak dat het beroep tegen de mededeling ongegrond verklaart en bevestigt de rest van de uitspraak.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het deel van de uitspraak dat het beroep tegen de mededeling tot onmiddellijke vertrek ongegrond verklaart en verklaart de rechtbank onbevoegd in dat deel.