ECLI:NL:RVS:2014:3266
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- B.J. van Ettekoven
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid weigering omgevingsvergunning voor woningbouw in Haarlem
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem weigerde een omgevingsvergunning voor het slopen van een garage en aanbouw en het bouwen van een woning op een perceel in Haarlem. De aanvraag overschreed de maximale goot- en bouwhoogte volgens het bestemmingsplan, wat leidde tot een weigering op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het besluit gegrond en vernietigde het besluit wegens een motiveringsgebrek. Het college en de Wijkraad stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl appellant sub 3 incidenteel hoger beroep instelde tegen de tussenuitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het stuk van 29 maart 2012 als een besluit moet worden aangemerkt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel door appellant sub 3 werd verworpen omdat geen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen door bevoegde personen waren gedaan. De Afdeling stelde vast dat het college de weigering van de vergunning met voldoende motivering had onderbouwd, met name vanwege de ernstige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden door de hoogte en ligging van de woning.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover die de rechtsgevolgen van het besluit niet in stand liet en bepaalde dat deze rechtsgevolgen wel gehandhaafd blijven. Het incidenteel hoger beroep van appellant sub 3 werd ongegrond verklaard. Tevens werd het betaalde griffierecht door de Wijkraad terugbetaald.
Uitkomst: De Raad van State laat de rechtsgevolgen van het besluit tot weigering van de omgevingsvergunning in stand en verklaart het hoger beroep van het college en de Wijkraad gegrond.