De rechtbank Noord-Holland heeft op 31 juli 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over een omgevingsvergunning voor het realiseren van vier woningen in een bestaand pand te Medemblik. Eisers hadden beroep ingesteld tegen de vergunning die van rechtswege was verleend omdat de gemeente niet tijdig op de aanvraag had beslist. De vergunning was bevestigd na bezwaar.
Eisers voerden meerdere beroepsgronden aan, waaronder schending van de hoorplicht, het ontbreken van belanghebbendheid van vergunninghouders, evidente privaatrechtelijke belemmeringen, strijd met beleidsregels en goede ruimtelijke ordening, aantasting van woon- en leefklimaat, niet voldoen aan parkeernormen, onvoldoende brandveiligheid en schending van het vertrouwensbeginsel. Daarnaast werd misbruik van bevoegdheid betoogd.
De rechtbank oordeelde dat de hoorplicht slechts beperkt was geschonden, maar dat dit gebrek niet tot benadeling had geleid. Vergunninghouders waren belanghebbenden en er waren geen evidente privaatrechtelijke belemmeringen die de vergunningverlening in de weg stonden. Het bouwplan was niet in strijd met de goede ruimtelijke ordening en voldeed aan de parkeernormen. De brandveiligheid was aannemelijk gewaarborgd op basis van deskundigenadvies. Het vertrouwensbeginsel en het misbruik van bevoegdheid werden verworpen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de omgevingsvergunning en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht aan eisers.