ECLI:NL:RVS:2014:3327
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid
De vreemdeling vroeg een verblijfsvergunning asiel aan, die door de staatssecretaris op 28 augustus 2013 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de geloofwaardigheid van de verklaring van de vreemdeling dat leden van de Noord-Koreaanse veiligheidsdienst een maand na zijn vertrek een inval deden in zijn huis om hem op te pakken. De staatssecretaris achtte deze verklaring ongeloofwaardig omdat deze alleen van familieleden afkomstig was, die niet als objectieve bronnen werden gezien.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom deze verklaring ongeloofwaardig zou zijn, mede gelet op de geloofwaardige onderdelen van het asielrelaas en algemene informatie over de werkwijze van de Noord-Koreaanse autoriteiten. Ook een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit oordeel.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, en verklaarde het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.