ECLI:NL:RVS:2014:3396
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgevolgen herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2008
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het aan appellante sub 2 toegekende voorschot kinderopvangtoeslag over 2008 herzien en op nihil gesteld. Appellante sub 2 maakte gebruik van twee gastouderbureaus, maar kon niet aantonen dat alle kosten van kinderopvang waren betaald en dat de opvang volledig op basis van schriftelijke overeenkomsten had plaatsgevonden.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit omdat appellante sub 2 niet was gehoord, oordeelde dat het voorschot terecht op nihil was gesteld voor het gastouderbureau A, maar ten onrechte voor gastouderbureau B. De rechtbank oordeelde ook dat de redelijke termijn niet was overschreden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de aanvraag kinderopvangtoeslag op naam van appellante sub 2 is gedaan en dat zij het voorschot in zijn geheel moet terugbetalen. Tevens oordeelt de Afdeling dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat gedeeltelijke betaling recht geeft op een evenredig deel van het voorschot. De Afdeling verklaart het hoger beroep van de Belastingdienst/Toeslagen gegrond en het incidenteel hoger beroep van appellante sub 2 ongegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover de rechtsgevolgen niet in stand zijn gelaten en bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bezwaarbesluit geheel in stand blijven.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Belastingdienst/Toeslagen is gegrond verklaard en het besluit tot herziening en terugvordering van het voorschot kinderopvangtoeslag 2008 blijft in stand.