ECLI:NL:RVS:2014:3790
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- R. Uylenburg
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor illegale bouwwerkzaamheden zonder omgevingsvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde aan appellant een last onder dwangsom op wegens het zonder omgevingsvergunning uitvoeren van bouwwerkzaamheden aan de linkerzijde van zijn woning en het realiseren van een fundering voor een uitbouw aan de achterzijde. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de last en de dwangsommen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Appellant voerde onder meer aan dat de rechtbank hem niet in de gelegenheid had gesteld zijn pleitnota te overhandigen, dat het bouwwerk omgevingsvergunningvrij zou zijn omdat het onderdeel uitmaakte van het oorspronkelijk hoofdgebouw, dat het college onjuiste afmetingen hanteerde en dat het college in strijd met het vertrouwensbeginsel handelde.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank niet in strijd met de goede procesorde had gehandeld, dat het bouwwerk niet omgevingsvergunningvrij was omdat het niet tot het oorspronkelijk hoofdgebouw behoorde en de oppervlakte van de aanbouw meegeteld moest worden, dat het college terecht uitging van de vergunningtekeningen en dat het vertrouwensbeginsel niet was geschonden. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom bevestigd.