ECLI:NL:RVS:2014:3877
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- J. Kramer
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen besluit maximumsnelheid A13 en geluidproductieplafonds
De minister van Infrastructuur en Milieu stelde bij besluit van 26 juni 2012 een maximumsnelheid van 100 km/h in op delen van de A13 nabij Rotterdam. Diverse partijen, waaronder de gemeente Rotterdam en milieuverenigingen, maakten bezwaar tegen dit besluit. De rechtbank Rotterdam verklaarde deze beroepen gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde.
In het hoger beroep stond centraal de uitleg van de Wet milieubeheer, met name de betekenis van de 1,5 dB 'werkruimte' in artikel 11.45. De rechtbank had geoordeeld dat deze werkruimte niet structureel mocht worden benut voor een toename van geluidproductie, wat volgens de minister een onjuiste interpretatie was. De minister had het besluit van 26 juni 2012 herroepen bij een besluit van 24 februari 2014, maar hield vast aan het hoger beroep vanwege het belang van de juridische uitleg.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de 1,5 dB werkruimte slechts tijdelijk en niet voor verhoging van de maximumsnelheid mocht worden gebruikt. De wet en memorie van toelichting laten een structurele benutting toe, waarbij de werkruimte een zaagtandpatroon van geluidproductie over langere termijn mogelijk maakt. Het hoger beroep werd daarom gegrond verklaard, maar de overige onderdelen van de uitspraak van de rechtbank bleven in stand.
De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de milieuverenigingen. De uitspraak bevestigt dat de 1,5 dB werkruimte in de Wet milieubeheer niet beperkt is tot tijdelijke overschrijdingen, wat gevolgen heeft voor toekomstige verkeersbesluiten en milieubeheer.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard wegens onjuiste uitleg van de Wet milieubeheer omtrent de werkruimte van 1,5 dB bij geluidproductieplafonds.