ECLI:NL:RVS:2014:4062
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en herroeping boetebesluit wegens onderbetaling minimumloon
De minister van Sociale Zaken legde [wederpartij] een boete op wegens onderbetaling van het minimumloon en een last onder dwangsom om het achterstallige loon te voldoen. De rechtbank verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en herroept het boetebesluit. De minister ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat de werknemer een aanspraak heeft op het minimumloon, maar dat deze aanspraak civielrechtelijk afdwingbaar is. De bestuursrechtelijke handhaving is slechts mogelijk indien de werkgever niet voldoet aan de civielrechtelijke verplichtingen. In deze zaak heeft [wederpartij] kosten voor inwoning en ziektekostenpremies rechtsgeldig verrekend met het loon, waardoor geen sprake is van een overtreding.
De rechtbank had daarom zowel het boetebesluit als het dwangsombesluit moeten herroepen. Door dit na te laten heeft de rechtbank gehandeld in strijd met de Algemene wet bestuursrecht. De Raad van State verklaart het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het het boetebesluit betreft, herroept de besluiten van 21 februari en 11 april 2013 en bevestigt het vonnis voor het overige.
De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van [wederpartij].
Uitkomst: De boetebesluiten wegens onderbetaling minimumloon worden herroepen en het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard.