ECLI:NL:RVS:2014:4108
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
Bij besluit van 13 september 2014 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond, beval de opheffing van de bewaring en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het op het moment van de uitspraak van de rechtbank nog reëel was te verwachten dat de vreemdeling binnen een redelijke termijn kon worden uitgezet naar Somalië. Daarmee faalt het oordeel van de rechtbank dat dit niet het geval was. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling tegen het bewaringbesluit wordt ongegrond verklaard.
De Raad van State wijst tevens het verzoek om schadevergoeding af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De overige beroepsgronden die door de vreemdeling bij de rechtbank zijn aangevoerd, worden niet opnieuw beoordeeld omdat daarover al een onherroepelijk oordeel bestaat.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard zonder toekenning van schadevergoeding.