ECLI:NL:RVS:2014:4022
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vreemdelingenbewaring ondanks onzekerheid over uitzetting naar Somalië
De vreemdeling werd op 5 augustus 2014 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij stelde beroep in tegen deze bewaring en het afwijzen van zijn verzoek om schadevergoeding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of er zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Somalië, gezien de lopende onderhandelingen over een addendum bij het Memorandum of Understanding (MoU) tussen Nederland en Somalië. De vreemdeling stelde dat de onderhandelingen sinds december 2013 gaande zijn zonder concrete afspraken, waardoor het zicht op uitzetting ontbreekt.
De staatssecretaris gaf aan dat sinds 2013 enkele gedwongen uitzettingen hebben plaatsgevonden, waaronder van veroordeelde zeerovers, en dat er intensief overleg plaatsvindt op hoog niveau om de terugkeer te hervatten. Hoewel er geen concrete termijn is genoemd, zijn er volgens de staatssecretaris voldoende aanknopingspunten voor een spoedige hervatting.
De Raad van State oordeelde dat ondanks het ontbreken van concrete afspraken en termijn, het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn niet ontbreekt per datum van de uitspraak. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.