ECLI:NL:RVS:2014:4185
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- D.A.C. Slump
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake niet-ontvankelijkheid beroep op dwangsom verkeersboete
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens vermeend misbruik van recht en onduidelijkheid over de identiteit van de appellant. Het geschil draait om een dwangsom die de minister van Veiligheid en Justitie moest betalen wegens het niet tijdig nemen van een besluit op een verzoek om stukken over een verkeersboete.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat niet kon worden afgeleid namens wie het beroep was ingesteld. Tevens is geoordeeld dat er geen sprake is van misbruik van recht, omdat het verzoek niet op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) was gebaseerd maar op artikel 7:18 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor is het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uiteindelijk verklaart de Afdeling het beroep niet-ontvankelijk omdat het bezwaarbesluit van de minister het beroep reeds geheel tegemoetkomt. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant. De uitspraak is op 19 november 2014 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.