ECLI:NL:RVS:2014:4188
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- G. Snijders
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor lichte bedrijfsfunctie ondanks bezwaar omwonende
Het college van burgemeester en wethouders van Borne verleende op 16 januari 2013 een omgevingsvergunning voor het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van een perceel voor een lichte bedrijfsfunctie, een aannemersbedrijf. Een omwonende, appellant, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege mogelijke onevenredige milieubelasting en geluidsproblemen.
De rechtbank vernietigde het besluit van 30 juli 2013 omdat het college onterecht was uitgegaan van het gebruik van de woning van appellant als bedrijfswoning. Zowel het college als appellant gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. Het college stelde dat het bedrijf geen onevenredige milieubelasting oplevert en dat het akoestisch onderzoek dit bevestigt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college terecht de vergunning had verleend. De rapporten van Alcedo toonden aan dat de geluidsbelasting door het bedrijf binnen de normen bleef en dat de cumulatieve geluidsbelasting vooral door railverkeer werd veroorzaakt. Ook werd vastgesteld dat het bestemmingsplan correct was toegepast en dat de bezwaren van appellant onvoldoende waren onderbouwd.
De Afdeling verklaarde het beroep van appellant ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning wordt bevestigd.