ECLI:NL:RVS:2014:4216
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onrechtmatigheid vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting
Bij besluit van 16 september 2014 werd de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag heeft op 13 oktober 2014 deze bewaring onrechtmatig verklaard en de maatregel opgeheven, met toekenning van schadevergoeding aan de vreemdeling.
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat er wel degelijk zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Somalië, mede gelet op contacten met Somalische autoriteiten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat vanaf 7 oktober 2014 het zicht op uitzetting ontbrak, waardoor de bewaring vanaf die datum onrechtmatig was.
Het hoger beroep werd derhalve kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met een verbetering van de motivering. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €487,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De bewaring was vanaf 7 oktober 2014 onrechtmatig en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met proceskostenveroordeling.