ECLI:NL:RVS:2014:4325
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning voor perronkeerwanden Rijksmonument op station 's-Hertogenbosch
Het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch verleende op 11 juli 2013 een omgevingsvergunning aan ProRail voor het bouwen en veranderen van perronkeerwanden op het station 's-Hertogenbosch, een beschermd Rijksmonument. ProRail maakte bezwaar en ging direct in beroep bij de bestuursrechter. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de vergunning voor het veranderen van het monument betrof.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de vraag of voor de werkzaamheden een omgevingsvergunning vereist was op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wabo, omdat de perrons en keerwanden al dan niet deel uitmaken van het beschermd Rijksmonument.
De Raad van State overwoog dat de perrons bouwkundig en functioneel één onlosmakelijk geheel vormen met de perronoverkappingen die als Rijksmonument zijn aangewezen. Dit volgt uit de monumentenbeschrijving, het advies van de gemeentelijke monumentencommissie en bouwkundige rapporten. Daarmee delen de perrons en keerwanden in de bescherming als monument. De rechtbank had dit niet onderkend, waardoor het hoger beroep gegrond werd verklaard en het beroep van ProRail ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van ProRail ongegrond, waarmee de omgevingsvergunning voor het veranderen van het Rijksmonument blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van ProRail wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft geldig.