ECLI:NL:RVS:2014:4341
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsdocument en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 8 mei 2013 een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een verblijfsdocument af en gaf hem opdracht Nederland binnen vier weken te verlaten. Vervolgens werd een bezwaar ongegrond verklaard en een inreisverbod opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het inreisverbod niet-ontvankelijk en vernietigde het besluit tot afwijzing van de aanvraag om het document, maar liet de rechtsgevolgen van dat besluit in stand.
Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling stelden hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit van 27 augustus 2013 niet als terugkeerbesluit kan worden aangemerkt, maar dat het besluit van 5 september 2013 wel een terugkeerbesluit bevatte waarop het inreisverbod is gebaseerd. De rechtbank had het beroep tegen het inreisverbod ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
Verder stelde de Afdeling dat de vreemdeling geen belang heeft bij de beoordeling van het beroep tegen het besluit tot afgifte van het verblijfsdocument zolang het inreisverbod voortduurt, waardoor het beroep ten onrechte ontvankelijk werd verklaard. De Afdeling verklaarde het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor nieuwe behandeling en beslissing.
Tot slot stelde de Afdeling de proceskosten in hoger beroep vast op €974,00 en bepaalde dat de rechtbank over de vergoeding daarvan zal beslissen.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.