ECLI:NL:RVS:2014:4393
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen en griffierechtcorrectie
De minister legde op 7 juni 2013 een boete van € 2.000 op aan appellant sub 2 wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellant sub 2 gegrond en vernietigde het boetebesluit.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de minister voldoende bewijs had geleverd dat de vreemdeling op 16 november 2012 arbeid had verricht ten behoeve van appellant sub 2, gelet op het boeterapport en het proces-verbaal van de Regiopolitie. De Afdeling verwierp het betoog van appellant sub 2 dat de boete onterecht was opgelegd.
Daarnaast stelde appellant sub 2 dat het griffierecht onjuist was vastgesteld omdat ten tijde van de overtreding sprake was van een eenmanszaak en niet van een rechtspersoon. De Raad van State gaf hem hierin gelijk en bepaalde dat het teveel betaalde griffierecht van € 158 wordt terugbetaald. Het beroep van appellant sub 2 werd ongegrond verklaard en het hoger beroep van de minister gegrond, waarmee het boetebesluit werd bekrachtigd.
Uitkomst: De boete van € 2.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt bevestigd en het teveel betaalde griffierecht van € 158 wordt terugbetaald.