ECLI:NL:RVS:2014:4434
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- J.C. Kranenburg
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing bestemmingsplan bedrijventerrein Delft Noord met nadruk op planbegrenzing en gebruiksmogelijkheden
De Raad van State behandelde het beroep tegen het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Delft Noord" vastgesteld door de raad van Delft op 13 juni 2013. DSM, appellant sub 2 en appellante sub 3 hadden beroep ingesteld. Het beroep van appellant sub 2 werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij onvoldoende rechtstreeks belang had bij het besluit, mede gelet op de afstand van zijn woning tot het plangebied en onvoldoende objectieve geuroverlast.
Het beroep van DSM richtte zich onder meer tegen de planbegrenzing, uitbreiding van het bouwvlak, advies- en instemmingsrechten en planregels omtrent bedrijfs- en functiegebonden kantoren. De Afdeling oordeelde dat de raad beleidsvrijheid heeft bij de planbegrenzing en dat de Zuidpunt terecht buiten het plangebied was gelaten gezien het gebruik door ProRail en het ontbreken van concrete plannen van DSM. De uitbreiding van het bouwvlak werd niet noodzakelijk geacht vanwege de monumentale status en mogelijke hinder voor omwonenden.
Ten aanzien van het instemmingsrecht van het Hoogheemraadschap oordeelde de Afdeling dat het plan in strijd is met artikel 3.6 van de Wro omdat het instemmingsrecht niet past binnen de wijzigingsbevoegdheid van het college. De raad werd opgedragen dit te herstellen. Het beroep van appellante sub 3, dat zich richtte op de beperking van milieucategorieën en gebruiksmogelijkheden, werd ongegrond verklaard omdat de raad voldoende rekening had gehouden met de belangen en mogelijkheden van haar percelen.
De Afdeling draagt de raad op binnen 16 weken het gebrek in artikel 27, lid 27.2, onder a, van de planregels te herstellen en de uitkomst te communiceren. Proceskosten worden alleen bij DSM in de einduitspraak behandeld.
Uitkomst: Het beroep van appellant sub 2 is niet-ontvankelijk, het beroep van appellante sub 3 ongegrond, en de raad wordt opgedragen een planregel te wijzigen.