ECLI:NL:RVS:2014:4469
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kindgebonden budget en toeslagen wegens onrechtmatig verblijf partner
De zaak betreft hoger beroepen van appellanten tegen uitspraken van de rechtbank Noord-Holland over de vaststelling van voorschotten kindgebonden budget, zorgtoeslag en huurtoeslag. De Belastingdienst stelde deze toeslagen op nihil wegens het onrechtmatig verblijf van de partner van appellant A in 2012 en 2013.
De rechtbank oordeelde dat voor de periode 15 mei 2012 tot en met 24 september 2012 het verblijf van de partner rechtmatig was, waardoor toeslagen ten onrechte werden geweigerd en teruggevorderd. Voor de overige periodes was het verblijf onrechtmatig, en de weigering terecht. De appellanten stelden dat dit beleid strijdig is met het EVRM en het IVRK, omdat het het gezinsleven schaadt en leidt tot discriminatie van hun minderjarige zoon.
De Raad van State overwoog dat het onderscheid op grond van verblijfsstatus een legitiem doel dient en dat de stopzetting en terugvordering van toeslagen proportioneel is. De belangen van het kind zijn voldoende betrokken en het beleid strekt niet tot het waarborgen van het bestaansminimum. De hogere beroepen zijn ongegrond en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van toeslagen wegens onrechtmatig verblijf van de partner en wijst het verzoek om schadevergoeding af.