ECLI:NL:RVS:2014:838
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kindgebonden budget wegens ontbreken rechtmatig verblijf
Appellante verzocht om een kindgebonden budget voor haar zoon over het jaar 2011, maar haar aanvraag werd door de Belastingdienst/Toeslagen afgewezen omdat zij niet beschikte over een geldige verblijfstitel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het recht op een kindgebonden budget gekoppeld is aan het recht op kinderbijslag, welke niet wordt toegekend aan vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf. Dit koppelingsbeginsel is een redelijke en objectieve rechtvaardiging voor het onderscheid. Appellante voerde aan dat internationale verdragen zoals het EVRM, IVRK en IVBPR haar zoon een zelfstandige aanspraak geven, maar de Raad oordeelde dat deze verdragen geen positieve verplichting tot het verstrekken van het budget opleggen.
Verder is het besluit niet in strijd met het non-discriminatiebeginsel en is er geen sprake van zeer bijzondere omstandigheden die toepassing van de Koppelingswet buiten toepassing zouden laten. De belangen van het kind zijn voldoende betrokken en het budget is een financiële bijdrage aan de ouder, niet aan het kind zelf. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het kindgebonden budget bevestigd.