ECLI:NL:RVS:2014:4538
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluiten en dwangsombesluiten Wet minimumloon na geschil over normale arbeidsduur en overwerk
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan [appellante sub 2A] en [appellante sub 2B] boetes en dwangsommen op wegens overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wmm). De kern van het geschil betrof de interpretatie van de normale arbeidsduur en de vraag wanneer sprake is van overwerk, hetgeen van invloed is op de berekening van het minimumloon en de hoogte van de boetes.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van [appellante sub 2A] en [appellante sub 2B] gegrond en vernietigde de ministeriële besluiten. In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak dat de minister onjuist was uitgegaan van een normale arbeidsduur van 40 uur per week zonder rekening te houden met het feit dat in de uitzendsector een normale arbeidsduur van acht uur per dag geldt. Hierdoor waren de boetes en dwangsommen te hoog vastgesteld.
De Afdeling oordeelde dat de minister onvoldoende inzichtelijk had gemaakt waarop zijn standpunt was gebaseerd en dat dit in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel. De minister werd daarom niet in de gelegenheid gesteld om de gebreken te herstellen en de boetebesluiten en dwangsombesluiten werden herroepen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van [appellante sub 2A] en [appellante sub 2B]. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De boetebesluiten en dwangsombesluiten van de minister worden vernietigd en herroepen, en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.