ECLI:NL:RVS:2014:1622
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J.E.M. Polak
- R.W.L. Loeb
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Raad van State wijst tussenuitspraak over boetes en dwangsommen Wmm
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan twee vennootschappen (appellanten sub 2) boetes en dwangsommen op wegens overtreding van bepalingen uit de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wmm). De rechtbank Oost-Brabant vernietigde deze besluiten, omdat de minister ten onrechte boetes oplegde voor onderbetaling van overwerk en onjuiste berekeningen maakte van de vakantiebijslag. Tevens oordeelde de rechtbank dat de minister de redelijke termijn voor het opleggen van boetes had overschreden.
De minister en appellanten stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat verdiensten uit overwerk niet tot het loon in de zin van de Wmm behoren en dat de minister niet bevoegd is om regels te stellen over structureel meerwerk. Ook werd geoordeeld dat het recht op minimumloon bruto en niet netto is, waarmee het cafetariamodel niet tot verlaging van het bruto minimumloon mag leiden.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht de besluiten vernietigde vanwege strijd met artikel 6 van Pro de Wmm en gaf de minister opdracht binnen zes weken de besluiten te herstellen. Tevens werd bevestigd dat het informeren van werknemers over onderbetaling geen bestuursbesluit is en niet aan de bestuursrechter toekomt. De Afdeling ging niet mee in de stelling dat de redelijke termijn eerder was aangevangen dan de kennisgeving van de boetes.
De uitspraak betreft een tussenuitspraak waarbij de Afdeling de minister opdraagt de gebreken in de besluiten te herstellen, waarna een einduitspraak volgt over proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De minister wordt opgedragen binnen zes weken de gebrekkige besluiten over boetes en dwangsommen te herstellen.