ECLI:NL:RVS:2013:2577
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep op verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had op 31 oktober 2007 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 19 maart 2009 door de staatssecretaris werd afgewezen. Bij een nieuw besluit van 29 november 2011 werd deze aanvraag wederom afgewezen. De vreemdeling stelde dat hij tot een specifieke bevolkingsgroep behoort en dat de situatie in zijn regio was verslechterd, onderbouwd met berichten van de UNHCR.
De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het nieuwe besluit van gelijke strekking was als het eerdere en dat toetsing door de bestuursrechter slechts mogelijk is bij nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
De Afdeling concludeerde dat de door de vreemdeling aangevoerde feiten en omstandigheden reeds bij de eerste aanvraag bekend waren en dat de UNHCR-berichten geen relevante verslechtering van de situatie in Kinshasa aantoonden. Daarom was er geen grond voor hernieuwde toetsing en werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.