ECLI:NL:RVS:2014:4606
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering VOG voor lidmaatschap airsoftsportbond na zedendelict
De staatssecretaris weigerde op 18 september 2013 de aanvraag van appellant voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) ten behoeve van lidmaatschap van een airsoftsportbond. Deze weigering werd gehandhaafd in bezwaar en bevestigd door de rechtbank Rotterdam op 12 mei 2014. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) en de Beleidsregels VOG-NP-RP 2013, een VOG geweigerd kan worden indien een strafbaar feit in de justitiële documentatie voorkomt dat, indien herhaald, een risico voor de samenleving vormt dat in de weg staat aan het doel van de VOG. Appellant was veroordeeld voor een zedendelict uit 2003, waarvoor de terugkijktermijn niet wordt beperkt.
De Afdeling oordeelde dat het strafbare feit, indien herhaald, een belemmering vormt voor de bezigheid waarvoor de VOG is aangevraagd, namelijk het lidmaatschap van een airsoftsportbond waarbij toegang tot replica’s van vuurwapens mogelijk is. Het belang van de samenleving bij bescherming tegen dit risico weegt zwaarder dan het belang van appellant bij afgifte van de VOG, ondanks het tijdsverloop en het ontbreken van recidive.
De Afdeling verwierp de argumenten van appellant dat de omstandigheden van het delict en eerdere screenings voor andere functies tot een ander oordeel zouden moeten leiden. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de weigering van de VOG-aanvraag wegens een onherroepelijke veroordeling voor een zedendelict en het risico voor de samenleving.