ECLI:NL:RVS:2014:527
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag voor chauffeurskaart na eerdere veroordelingen
De staatssecretaris weigerde de aanvraag van appellant voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor het verkrijgen van een chauffeurskaart, vanwege eerdere veroordelingen waaronder een overtreding van de Opiumwet en snelheidsovertredingen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht het screeningsprofiel 'Taxibranche; chauffeurskaart' heeft toegepast zonder onderscheid te maken tussen soorten vervoer, omdat een chauffeurspas langdurig geldig is en de aanvrager mogelijk ook ander taxivervoer kan verrichten. De eerdere delicten, waaronder drugsgerelateerde overtredingen, staan een behoorlijke uitoefening van de functie in de weg vanwege het risico voor passagiers en de samenleving.
Het subjectieve criterium, waarbij het belang van appellant wordt afgewogen tegen het maatschappelijke belang, werd eveneens door de Raad van State bevestigd. Gezien het beperkte tijdsverloop sinds de laatste veroordeling en de ernst van de feiten, woog het maatschappelijke belang zwaarder. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG voor het verkrijgen van een chauffeurskaart vanwege eerdere veroordelingen en het risico voor de samenleving.