ECLI:NL:RVS:2018:1565
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering VOG voor lidmaatschap schietvereniging na zedendelict
De appellant heeft op 7 september 2016 een aanvraag ingediend voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) om lid te worden van een schietvereniging. De staatssecretaris weigerde deze aanvraag op grond van artikel 35 van Pro de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens vanwege eerdere veroordelingen voor bezit en verspreiding van kinderpornografie en verleiding van een minderjarige tot ontucht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat het objectieve criterium is vervuld omdat het herhalen van dergelijke zedendelicten het lidmaatschap van een schietvereniging, waar wapens beschikbaar zijn, onverenigbaar maakt met de veiligheid van de samenleving.
Het subjectieve criterium, waarbij persoonlijke omstandigheden worden meegewogen, bood geen aanleiding tot afgifte van de VOG. De persoonlijke omstandigheden van appellant, waaronder het ontbreken van recidive en het tragische overlijden van zijn vader, waren onvoldoende om het risico voor de samenleving weg te nemen. De Afdeling bevestigt daarom het eerdere oordeel en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG voor lidmaatschap van een schietvereniging vanwege eerdere veroordelingen voor zedendelicten.