ECLI:NL:RVS:2014:4631
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake recht op inzage persoonsgegevens in bestuursprocedure verblijfstitel
In deze zaak is het hoger beroep van de minister voor Immigratie en Asiel tegen een uitspraak van de rechtbank Middelburg behandeld. De rechtbank had geoordeeld dat de minister niet had voldaan aan de verplichting om de wederpartij inzage te geven in alle persoonsgegevens die in een juridische analyse (minuut) waren verwerkt, zoals vereist op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie betrokken, waarin werd vastgesteld dat een juridische analyse als zodanig geen persoonsgegeven is, maar dat de daarin verwerkte persoonsgegevens van de aanvrager wel onder het inzagerecht vallen. Het Hof bepaalde tevens dat het verstrekken van een volledig overzicht van deze persoonsgegevens in begrijpelijke vorm voldoende is.
De minister stelde dat hij niet verplicht was tot verstrekking van een volledig overzicht van de persoonsgegevens en dat het belang van een ongestoorde interne gedachtewisseling dit zou verhinderen. De Afdeling verwierp dit verweer en oordeelde dat het belang van de ongestoorde gedachtewisseling niet in de weg staat aan het verstrekken van persoonsgegevens in begrijpelijke vorm.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Middelburg. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betalen van griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Middelburg bevestigd.