ECLI:NL:RVS:2014:4789
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning wegens middelenvereiste
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie trok op 11 december 2013 de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling in wegens het niet voldoen aan het middelenvereiste. De vreemdeling maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het intrekkingsbesluit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte bijzondere omstandigheden aanvaardde die afwijken van het beleid op grond van artikel 4:84 Awb Pro. De omstandigheden rondom de leeftijd, psychische klachten, ontheffing van arbeidsinschakeling en de economische situatie waren reeds in het beleid verwerkt en vormen geen bijzondere omstandigheden.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De beroepsgrond dat het besluit in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM Pro faalde omdat onvoldoende was aangetoond dat medische behandeling in Oekraïne niet mogelijk zou zijn. Over andere beroepsgronden werd niet meer beslist. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het intrekkingsbesluit blijft in stand.