ECLI:NL:RVS:2018:3405
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende middelen referent
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf, die door de staatssecretaris is afgewezen omdat de referent, zijn echtgenote, niet voldoet aan het middelenvereiste. De referent ontvangt een inkomensondersteuning op grond van de Wet Wajong 2010, maar het UWV heeft vastgesteld dat zij participatiemogelijkheden heeft en niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.
De rechtbank heeft het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard, stellende dat de staatssecretaris terecht geen vrijstelling van het middelenvereiste heeft verleend. De vreemdeling stelde dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had verricht naar bijzondere omstandigheden en dat de afstand tot de arbeidsmarkt van de referent onevenredige gevolgen heeft.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de staatssecretaris niet voldoende onderzoek heeft gedaan naar de uitvoering van het participatieplan en de reële kansen van de referent op arbeidsparticipatie. Gezien het tijdsverloop en de specifieke situatie van de referent had nader onderzoek moeten plaatsvinden. Daarom wordt het besluit vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard.
De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak benadrukt de noodzaak van zorgvuldige motivering en onderzoek bij toepassing van artikel 4:84 Awb Pro in het kader van het middelenvereiste.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard.