Uitspraak
Datum uitspraak: 8 januari 2014
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter ambtenaar van staat
Raad van State
De minister van Defensie trok de verklaring van geen bezwaar in die aan appellant was verleend, omdat uit een veiligheidsonderzoek bleek dat appellant in 2008 was veroordeeld voor poging tot zware mishandeling. Appellant stelde dat de intrekking onterecht was omdat de brief van intrekking geen besluit zou zijn en dat een poging tot mishandeling niet gelijkgesteld mag worden aan een voltooide mishandeling. Tevens voerde appellant aan dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met persoonlijke omstandigheden en het tijdsverloop sinds de veroordeling.
De Raad van State oordeelde dat de brief van intrekking wel een besluit is en dat de minister terecht de poging tot zware mishandeling gelijkstelde aan een ernstig geweldsdelict. De minister heeft beoordelingsvrijheid bij het bepalen of voldoende waarborgen aanwezig zijn dat appellant zijn vertrouwensfunctie getrouwelijk zal vervullen. De verschillende beleidsregels vereisen niet altijd een belangenafweging bij intrekking. Het tijdsverloop en persoonlijke omstandigheden vormden geen bijzondere omstandigheden die intrekking in de weg stonden.
De Afdeling verwierp de bezwaren van appellant en bevestigde het eerdere vonnis van de voorzieningenrechter. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De minister had voldoende gemotiveerd waarom de verklaring van geen bezwaar werd ingetrokken vanwege de onaanvaardbare risico’s die de veroordeling met zich meebrengt.
Uitkomst: De intrekking van de verklaring van geen bezwaar wordt bevestigd vanwege de veroordeling voor poging tot zware mishandeling.