ECLI:NL:RVS:2014:534
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep staatssecretaris tegen vernietiging inreisverbod vreemdeling
Bij besluit van 6 april 2013 heeft de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie een vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 13 mei 2013 het besluit vernietigde en het beroep gegrond verklaarde.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de procedure bleek dat de vreemdeling geen contact meer had met zijn gemachtigde en kennelijk geen prijs stelde op een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep tegen het besluit. Hierdoor werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De Afdeling verklaarde het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk omdat hij geen rechtens te beschermen belang meer had bij de inhoudelijke beoordeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 11 februari 2014.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.