ECLI:NL:RVS:2014:554
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting horecapand wegens handel in softdrugs op grond van artikel 13b Opiumwet
De burgemeester van ’s-Hertogenbosch heeft bij besluit van 20 juni 2012 de sluiting gelast van een horecapand voor de duur van een jaar wegens handel in softdrugs. Dit besluit werd ondersteund door een politierapport waarin politie constateerde dat het pand werd bezocht door personen die zonder etenswaren naar buiten kwamen en waarbij tijdens een inval een handelshoeveelheid hasj werd aangetroffen.
De appellant voerde aan dat het politierapport onvoldoende bewijskracht had omdat het niet op ambtseed was opgemaakt en dat de aangetroffen drugs niet bestemd waren voor verkoop in het pand. De rechtbank wees deze bezwaren af en verklaarde het beroep ongegrond. De appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het ontbreken van ambtseed geen reden is om het politierapport buiten beschouwing te laten, zeker niet omdat de appellant de feiten niet betwistte. Verder is volgens vaste jurisprudentie de aanwezigheid van een handelshoeveelheid softdrugs in een pand een grond voor sluiting op basis van artikel 13b Opiumwet, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. Dit laatste is niet gebeurd.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de sluiting van het horecapand wordt bevestigd.