ECLI:NL:RVS:2014:634
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling feitelijke gezinsband bij mvv-aanvraag afgewezen door staatssecretaris
De vreemdelingen dienden aanvragen in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij hun familie in Nederland te verblijven. De minister wees deze aanvragen af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank oordeelde echter dat de staatssecretaris DNA-onderzoek had moeten aanbieden en vernietigde het besluit.
In hoger beroep klaagde de staatssecretaris dat het nieuwe beleid niet verplicht tot DNA-onderzoek indien op voorhand duidelijk is dat niet aan de voorwaarden wordt voldaan. De Raad van State oordeelde dat het beleid correct is toegepast en dat het niet verplicht was DNA-onderzoek aan te bieden.
De Raad ging ook in op de zorgvuldigheid van de afgenomen gehoren, de geloofwaardigheid van het asielrelaas en de feitelijke gezinsband. De Raad vond geen reden om het standpunt van de staatssecretaris te verwerpen en verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.