ECLI:NL:RVS:2013:CA1369
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- M.W.L. Simons-Vinckx
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bouwvergunning wegens niet-gebruik en gewijzigde planologische inzichten
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Nieuw-West verleende op 12 januari 2010 een bouwvergunning voor het plaatsen van een loodsengebouw met 24 hallen. Na 67 weken zonder gebruik van de vergunning trok het bestuur deze op 1 april 2011 in op grond van artikel 2.33 Wabo, omdat binnen 26 weken geen handelingen met de vergunning waren verricht.
De vergunninghouder betoogde dat het bestuur niet in redelijkheid tot intrekking had mogen besluiten, mede vanwege de financiële belangen en het ontbreken van een sloopvergunning voor het bestaande gebouw. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de vergunninghouder ging in hoger beroep.
De Raad van State overwoog dat bij intrekking alle belangen moeten worden afgewogen, waaronder gewijzigde planologische inzichten en de financiële belangen van de vergunninghouder. Het bestuur mocht het niet-gebruik van de vergunning en het nieuwe bestemmingsplan meewegen. Omdat het bouwplan niet paste binnen het nieuwe bestemmingsplan en de vergunninghouder niet aannemelijk had gemaakt binnen korte termijn te starten, was de intrekking gerechtvaardigd.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bouwvergunning wordt bevestigd omdat de vergunning niet binnen de gestelde termijn is gebruikt en het bouwplan niet past binnen het nieuwe bestemmingsplan.