ECLI:NL:RVS:2014:640
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten Raad voor Rechtsbijstand wegens onjuiste weigering toevoegingen aan gezinsleden
Bij besluiten van 19 juni en 4 oktober 2012 weigerde de Raad voor Rechtsbijstand toevoegingen aan appellant en haar zoon voor bezwaar en beroep tegen uitzettingsbesluiten van de IND, omdat zij hetzelfde rechtsbelang zouden hebben als haar man, aan wie wel toevoegingen waren verleend.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellant en haar zoon ongegrond, stellende dat één toevoeging per gezin volstaat indien sprake is van hetzelfde vluchtverhaal en rechtsbelang.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat appellant en haar zoon op grond van hun eigen medische klachten afzonderlijk door het Bureau Medische Advisering zijn onderzocht en daarmee een zelfstandig rechtsbelang hebben. De rechtbank heeft ten onrechte aansluiting gezocht bij eerdere uitspraken die niet op deze specifieke situatie van toepassing zijn.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van de Raad voor Rechtsbijstand van 10 december 2012, en veroordeelt de Raad tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee wordt erkend dat meerdere toevoegingen aan gezinsleden mogelijk zijn indien sprake is van verschillende rechtsbelangen.
Uitkomst: De besluiten van de Raad voor Rechtsbijstand worden vernietigd en toevoegingen aan appellant en haar zoon worden alsnog toegekend wegens zelfstandige rechtsbelangen.